Verdwijngat gezocht

De ploetervrouw maakt zich zo af en toe ook schuldig aan een hillarietje, je kent gat-in-grondhet wel als de tong sneller werkt dan het brein, dat je achteraf denkt waarom heb ik niet twee seconden nagedacht voordat ik mijn onderbuik liet spreken? Ik kan me voorstellen dat Hillary zichzelf, nadat ze het hele electoraat van haar opponent op nationale televisie had bestempeld als een verzameling sneue mislukkelingen, veelvuldig heeft vervloekt voor haar eigen dommigheid. Ik ga er dan wel vanuit dat ze deze uitspraak in een spontane opwelling eruit heeft gefloept en dat ze hier niet samen met haar campagneteam twee dagen over aan het brainstormen is geweest.

De hillarie die deze week zomaar in me opkwam is er een van behoorlijk wat jaren terug toen het oudste ploeterkind P nog een klein peetje was. Omdat P vanaf haar vijfde jaar geteisterd werd door oorontstekingen waren wij kind aan huis bij de KNO-afdeling van het Bovenij ziekenhuis. Doorgaans was haar behandelend arts Dhr. vd L maar omdat hij deze keer met vakantie was werden wij ontvangen door een vervangende arts, Dhr. B. Vanaf het moment dat ik samen met P de deur van de behandelkamer binnenstapte heerste er een vreemde sfeer. Mijn uitgestoken hand werd door dokter B domweg genegeerd en zijn gedrag t.o.p.v. mij was ronduit onbeschoft te noemen. Hij richtte zich volledig op mijn dochter en leek mij wel volkomen  te willen negeren. Hij onderzocht P’s oren en stelde voor dat we na een paar dagen zouden terugkeren om te checken of de voorgeschreven medicatie het gewenste effect had gehad. Ik kan me na zo lange tijd niet meer precies herinneren wat hij exact tegen me zei in die behandelkamer maar ik herinner me nog wel dat hij en passant een paar misplaatste grappen ten koste van mij probeerde te maken en dat ik het ziekenhuis uitstapte met een enorm rot gevoel.

Tijdens het avondeten spuugde ik mijn gal over het voorval. “Hoe kan zo’n enorme botte eikel met zo’n gebrek aan mensenkennis en gespeend van elk gevoel voor situatie überhaupt patiënten  behandelen. Het zou verboden moeten worden, hij zou beter tot zijn recht komen in een beroep waar menselijk contact tot een minimum was beperkt”, bracht ik uit.

Enkele dagen later stapte P en ik zijn behandelkamer weer binnen. P nam vrolijk plaats op de stoel voor zijn bureau en ik zette mij neer op de stoel naast haar. “ Zo, hoe gaat het?” vroeg hij aan P. “goed hoor”, antwoordde ze monter. “’weet je, mijn moeder heeft gezegd ……” , Oh nee he, ik keek haar verschrikt aan, ze zal toch niet herhalen wat ik aan de keukentafel gezegd heb? In die fractie van een seconde die wel een eeuwigheid leek te duren flitste er van alles door mijn hoofd, ze zal toch niet hè?. …..dat ze jou een enorme eikel vindt”’, ging P vrolijk verder en ze lachte er nog schattig bij ook. Ik durfde amper op te kijken, de kleur van mijn hoofd veranderde in een zongerijpt tomaatje. Kon ik nu maar met stoel en al door een heel diep gat zakken, ik zou overal willen zijn behalve hier, nu.

Dokter B was met stomheid geslagen je kon een speld horen vallen, het bleef eindeloos lang stil. Ik durfde hem niet meer recht in het gezicht aan te kijken, de gene was te groot. Ik weet nog dat elke resterende minuut in die ruimte samen met hem voelde als een marteling, het moment dat we de kamer konden verlaten viel er een loodzwaar stuk beton van mijn schouders. De keren daarna dat wij de afdeling KNO bezochten was ik continu op mijn hoede, bang dat ik hem tegen het lijf zou lopen op de gang . Als ik ook maar enigszins zijn aanwezigheid vermoedde stopte ik mijn neus zo diep mogelijk in een magazine, deze man kon ik nooit meer onder ogen komen.

Ken je de ploetervrouw nog niet? lees dit dan maar even.

2 gedachten over “Verdwijngat gezocht”

  1. Oeps,zo herkenbaar.
    Had ik bij de tandarts. Hij vroeg aan de kinderen hoe vaak ze tanden poetsten en toen zei mijn zoon: max 1keer maar ik moet drie keer zeggen van mama.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *